Utrechtse Baan

Rechtsopvolging voorzieningen recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied
Recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied is per 1 januari 2018 opgeheven. Het bestuur van het recreatieschap heeft sinds het besluit tot opheffing in 2014 voor iedere voorziening gezocht naar een rechtsopvolger. Uitgangspunten bij de ontmanteling waren het borgen van de publieke toegankelijkheid, de kwaliteit, de continuïteit van de voorziening en waar mogelijk het stimuleren van vraaggerichte ontwikkelingen.

Utrechtse Baan betreft een parkeerplaats met daarachter een perceel bos dat in eigendom en beheer van Utrechts Landschap is. Met Staatsbosbeheer (erfpachter van de parkeerplaats) zijn destijds afspraken gemaakt over het beheer van de parkeerplaats door het recreatieschap. Omdat de parkeerplaats tevens als routepunt dient is besloten deze voorziening toe te voegen aan het stelsel van Routes en Paden.

Routes en Paden
Over de Utrechtse Heuvelrug ligt een uitgebreid stelsel aan routes en paden. Onder de routes worden wandel-, kano-, mountainbike- en ruiterroutes verstaan. De paden bestaan uit fiets- en ruiterpaden. In het geval van routes wordt gesproken over de bordjes langs de weg en in het geval van de paden over de ondergrond, de infrastructuur. De routes en paden lopen over veel verschillende particuliere en publieke gronden. Daarnaast stopt een route niet bij een gemeentegrens; een route kan van gemeente tot gemeente doorlopen. Dit maakt het complex om een oplossing te vinden voor deze voorzieningen. Het bestuur van het recreatieschap heeft zich dit gerealiseerd en heeft de wens uitgesproken om het stelsel van routes en paden bijeen te houden en dit gezamenlijk op te pakken.

Het gezamenlijk oppakken vraagt om een verdeelsleutel voor de kosten. Met die verdeelsleutel kan vervolgens gezocht worden naar een rechtsopvolger en een goede organisatievorm. Over de financiële verdeelsleutel hebben de deelnemers aan het schap een akkoord bereikt. Vóór de zomer zal een extern bureau opdracht krijgen voor een onderzoek naar de gewenste organisatievorm. Het rapport daarover zal direct na de zomer worden opgeleverd. Omdat het recreatieschap straks niet meer bestaat zal iedere gemeente zelf moeten besluiten of zij gezamenlijk de verantwoordelijkheid willen dragen voor deze voorziening.