Honden en begeleiders

Losloopgebieden
– Kleine plas Maarsseveense Plassen, bosrondwandeling rondom plas, met zwemmogelijkheden voor de hond.
– Middelwaard (deels) rondwandeling rond plas, strand verboden doch elders rond de plas zwemmogelijkheden.
– Ruigenhoekse Polder (deels) recreatiegebied met veel zwemwater en enkele behendigheidstoestellen.
– Strijkviertel (losloopgebied van 1 oktober tot 1 april, van 1 april tot 30 september zijn honden aangelijnd welkom) rondwandeling rond de plas. Honden binnen de strandzone én zwemmen met honden in de zwemzone is verboden.
– Bosdijk (deels) losloopgebied in bosgebied/veenweidegebied omgeven door water.

Zwemplassen
– Op de Haarrijnseplas zijn honden op het strandgedeelte niet toegestaan. Elders rond de plas mag u wel met uw aangelijnde hond komen.
– Het strandbad van de Maarsseveense Plassen is verboden voor honden, in het buitengebied rondom de plas zijn honden echter aangelijnd welkom. Hier kunt u op diverse plekken met uw hond zwemmen.
– Laagraven: het strandgedeelte (Zuidplas) is verboden voor honden. Rondom de Noordplas zijn honden aangelijnd welkom. Geen zwemplek.

Losloopterreinen van Staatsbosbeheer grenzend aan de gebieden van Recreatie Midden-Nederland
– Gagelbos met zwemplas (dit terrein grenst aan het losloopgebied Ruigenhoek).
– Nieuw Wulven (Houten/Bunnik) aanlijnen in verband met broedseizoen van 15 maart tot 15 juli, geen echte zwemmogelijkheden.

Elders op de site kunt u meer informatie over de genoemde locaties vinden.

Broedseizoen
In maart start het broedseizoen. Vogels, vogelnesten, konijnen, hazen, reeën, dassen, vossen en ander wild moeten beter beschermd worden tegen verstoring door loslopende honden. Op borden bij natuurgebieden en op websites van terreinbeheerders staat wat de regels precies zijn. De regels voor toegang verschillen per natuurgebied. Daarom is het goed om altijd eerst de toegangsvoorwaarden te lezen, voordat u een gebied betreedt. Recreanten die zich daar niet aan houden riskeren een boete.

Verstoren van dieren voorkomen
Om te voorkomen dat kwetsbare dieren verstoord worden, moeten honden zijn aangelijnd, zeker in het broedseizoen. Vooral vogels die hun nest op de grond hebben, maar ook reeën, konijnen, hazen en hagedissen worden gemakkelijk door loslopende honden verstoord. Bij dreiging verlaten deze dieren hun jongen of het nest. Dan is het risico groot dat de jongen verhongeren of de eieren niet uitkomen. Ook bestaat de kans dat eieren of jongen worden opgegeten door roofdieren.

In sommige (losloop)gebieden hoeven honden niet aangelijnd te zijn. Maar ook daar geldt dat honden niet achter het wild aan mogen gaan.