Basisafspraken rijden in een groep

  • Er wordt als groep gereden. Dus samen uit, samen thuis.
  • Er wordt rekening gehouden met nieuwe deelnemers in de groep.
  • De voorste fietsers waarschuwen andere weggebruikers tijdig en vriendelijk.
  • Als iemand het tempo niet aan kan laat de wegkapitein de betreffende persoon op de tweede rij fietsen en/of wordt het tempo aangepast.
  • Bij een klim wachten we bovenaan tot de laatste boven is (niet meteen weer vertrekken, dun ook de laatste dat hij/zij op adem komt).
  • Er wordt altijd met de handen op of bij de remmen gereden.
  • Je voert niet rijdend, achterom kijkend een gesprek.
  • Nooit abrupt van richting veranderen of remmen, maar langzaam uitrijden.
  • Als men in de berm rijdt niet de weg/het fietspad weer oprijden maar remmen en stoppen en voorzichtig de weg weer op gaan.
  • Niet mobiel bellen (of ander apparatuur bedienen) tijdens het fietsen.
  • Wees alert en blijf geconcentreerd.
  • Elke fietser wordt geacht persoonlijke gegevens (identificatie) bij zich te dragen.
  • Bij pech (bijvoorbeeld lek) rijdt iedereen naar een veilige plek. Ga, indien mogelijk, van de weg of fietspad af. Er wordt gewacht en geholpen bij de reparatie.
  • De tochten zijn geen wedstrijden, je houdt je aan de verkeersregels.
  • Ga uit van groepen van maximaal 14 personen.
  • Bij twijfel over de richting rustig rechtdoor fietsen (indien mogelijk).
  • Iedereen wordt geacht te fietsen op een goed onderhouden fiets.