In de beginjaren van het schap werd de prioriteit gelegd bij de realisering van de aanleg van eilanden. Deze vervulden niet alleen een functie ten behoeve van de watersport (openbare aanlegmogelijkheden), maar zij zorgden ook voor demping van de golfslag, waardoor kwetsbare oevers beter beschermd konden worden.
Het oorspronkelijke plan omvatte 14 eilanden: de locaties waren veelal ondiepten in de plassen, restanten van wegen en kaden.

Uiteindelijk zijn er vijf eilanden gerealiseerd, namelijk:

  1. Geitekaai (1959)
  2. Meent (1962)
  3. Weer (1963)
  4. Bijltje (1964)
  5. Markus Pos (1977).

Of de overige eilanden ooit nog zullen worden aangelegd, is niet waarschijnlijk. De noodzaak hiertoe is verminderd, omdat de huidige eilanden al zorgdragen voor een minder schadelijke invloed van wind en golfslag en omdat er geen grote behoefte meer bestaat aan een uitbreiding van de aanlegplaatsen.

Op de eilanden zijn beplanting, aanlegplaatsen en recreatieweiden gerealiseerd. Op Markus Pos en Meent zijn strandjes en staan toiletgebouwtjes. Op Meent wordt een kiosk verhuurd voor de verkoop van ijs, frisdrank, snacks e.d. Op alle eilanden staan vuilniscontainers. De waterkwaliteit bij de strandjes wordt regelmatig gecontroleerd door de provincie Noord-Holland.