Let de Stigterpad

Fietsroute
Lengte: ong. 39 km
Start: Parkeerplaats Zanderij Maarn of restaurant Tante Loes/Passantenhaven Rhenen

Fietsknooppunten: 6 – 7 – 70 – 71 – 12 – 68 – 69 – 65 – 42 – 41 – 40 – 37 – 36 

Het Let de Stigterpad is vernoemd naar mevrouw A.D. de Stigter-Huising, oud-burgemeester van Maarn. Zij was de pleitbezorger voor de totstandkoming en eerste voorzitter (2003-2005) van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Het Let de Stigterpad sluit aan op de treinstations van Driebergen en Rhenen. U kunt dus in Driebergen starten en naar Rhenen-station fietsen om daar de trein te nemen of in Rhenen op het station beginnen en in Driebergen weer de trein nemen.
Het fietspad is toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang.

Ontwerp
Bij het ontwerp van het Let de Stigterpad is handig gebruik gemaakt van bestaande fietsroutes. De nieuw aangelegde halfverharde delen van de route kronkelen door het landschap en zijn op een aantal punten voorzien van toegangshekken. Doel hiervan is het zuiver recreatieve fietsen te bevorderen. Alleen in het middendeel is de route heuvelachtig. Qua natuurbeleving mag het Let de Stigterpad gerust het ‘toppunt van Utrecht’ genoemd worden. U fietst door en langs uitgestrekte bossen, heidevelden, grafheuvels, kastelen, zandverstuivingen, vennen, uiterwaarden met rivier en vergezichten. Het is uniek dat stuwwal en rivierdal zo dicht bij elkaar liggen. Dat komt nergens anders voor in Nederland. Terecht dat dit gebied voor 6000 ha in 2003 een beschermde status heeft verkregen als Nationaal Park.

Geschiedkundig interessant
Tijdens de route rijdt u enkele malen over geschiedkundig interessante wegen of paden. In Doorn en Elst bijvoorbeeld over driften. Een drift is een schapenpad, waarlangs de herder zijn kudde naar de heide voerde. Door veelvuldig gebruik sleet het pad vanzelf uit tot een algemeen gewaardeerde weg. Tot laat in de negentiende eeuw geschiedden verplaatsingen in en om de dorpen voor de meesten te voet; de fiets was net in opkomst. Vervoer van personen en goederen tussen de dorpen ging per paard en wagen en later per mechanisch aangedreven tram. De regio kende enkele heerwegen. De belangrijkste liep langs de zuidflank van de Heuvelrug. Delen van de N225 behoorden in de twaalfde eeuw al tot de verbindingsweg tussen Utrecht, Arnhem en Keulen. Bij Leersum fietst u over de Utrechtse Baan en bij Rhenen over de Utrechtseweg.

Uitgebreide routebeschrijvingen zijn verkrijgbaar bij de VVV’s op de Heuvelrug. 

» Grote kaart